We weten allemaal wat recycling betekent en komen op verpakkingen maar al te vaak de term ‘recyclebaar’ tegen. Waarom is dat misleidend? En wat zijn de verschillen met upcycling en downcycling?

Wat is recyclen?

Bij recyclen worden gebruikte materialen aangepast en omgevormd tot een ander soort materiaal of hetzelfde soort materiaal van mindere kwaliteit. Een deel van het product wordt gezien als afval, een ander deel wordt verwerkt tot nieuw product. Het scheiden van afval komt de kwaliteit van recyclen ten goede.

Wat is upcyclen?

Eigenlijk zijn upcycling en downcycling vormen van recycling. Bij upcycling wordt een product verwerkt tot één of meer nieuwe producten. De kwaliteit van het product gaat daarbij niet omlaag, maar wordt nog beter. Daarbij wordt niet alleen de grondstof van een product gebruikt, maar een product in zijn geheel. Als een gerecyled product dus meer waarde heeft gekregen, is dat upcycling. Voorbeelden zijn een oude bezem die wordt verwerkt tot telefoonhouder en oude binnenbanden die worden vermaakt tot fietstassen.

Wat is downcyclen?

Downcyclen is het tegenovergestelde van upcyclen.  Hierbij worden materialen omgezet in minder waardevolle materialen en producten. Zo is kunststof veel gevoeliger voor downcycling dan materialen als glas of metaal, die zeer goed recyclebaar zijn mét behoud van kwaliteit (mits mensen hun afval niet te veel vervuilen). Bij downcyclen gaat een deel van die kwaliteit verloren. Voorbeelden van downcycling zijn een boodschappentas als afvalzak gebruiken of glas van verschillende kleuren in dezelfde afvalbak, dat alleen nog kan worden gebruikt als bruin glas.

Hergebruiken

In de volksmond wordt recyclen vaak in één adem genoemd met hergebruiken. Toch is het niet hetzelfde. Wanneer een product wordt hergebruikt, wordt het opnieuw gebruikt in dezelfde vorm, zonder daar iets aan te veranderen. Bij recyclen wordt het materiaal (deels) veranderd. Door materialen te hergebruiken, geef je ze een tweede leven. Bekende voorbeelden van hergebruiken zijn kleding of spullen tweedehands kopen. Deze spullen worden dan in hun geheel nog een keer gebruikt.

Misvattingen over ‘recyclebaar’

Op veel (plastic) producten staat tegenwoordig de term ‘recyclebaar’, maar bijna nooit staat er ‘gerecycled’ of ‘gemaakt van gerecycled materiaal’. ‘Recyclebaar’ geeft vaak een positieve associatie met milieuvriendelijkheid en plastic verminderen, maar klopt dat wel? De term geeft in feite alleen maar aan dat een product gerecycled kán worden, niet dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Jac. Goffers, voorzitter van de Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie (NRK) rekende voor Pointer uit dat slechts tien procent van de plastic producten in Nederland wordt gemaakt van gerecycled plastic. Laat je dus niet misleiden als je verpakkingen koopt. Dat iets recyclebáár is, zegt niks over of het ook daadwerkelijk wórdt gerecycled.

Waarom wordt er zo weinig plastic gerecycled?

We horen je denken: als zoveel verpakkingen recyclebaar zijn, waarom wordt dan slechts tien procent van het plastic afval in Nederland gerecycled? Het recyclen van plastic is een lastiger proces dan het recyclen van bijvoorbeeld papier en glas. Dat heeft te maken met de schadelijke stoffen die in gerecycled plastic kunnen zitten, zoals styreen en BPA. Of daar geen oplossingen voor zijn? Er bestaat zoiets als chemische recycling, maar dat vinden veel mensen ‘eng’ en het is nog te kostbaar en nieuw.

Oplossingen

Tot plastic op grote schaal veilig kan worden gerecycled, lijken dus vooral andere oplossingen het beste alternatief. Het allerbeste kun je spullen gelijk hergebruiken. (Ver)koop kleding en spullen dus tweedehands of organiseer een kledingruil. Ook zijn natuurlijke materialen altijd beter dan wegwerpplastic. Als je nieuwe kleding koopt, kies dan bij voorkeur voor kleding van natuurlijke materialen en kies bij overige spullen voor hout. Verder kun je proberen zo low-waste mogelijk te leven. Uiteindelijk is afval dat niet wordt gemaakt natuurlijk altijd beter dan afval dat moet worden gescheiden en gerecycled.