In een compleet en smaakvol gerecht mogen verse kruiden eigenlijk niet ontbreken. Met deze basistips leer je hoe je je eigen kruiden verbouwt, gewoon op de vensterbank.

Dit heb je nodig voor kruiden uit eigen keuken

  • Voldoende licht: zonder licht kunnen kruiden niet groeien. Elk plantje heeft ongeveer 5 uur daglicht nodig. Fel zonlicht midden in de zomer kun je beter vermijden, want daarvan kunnen de kruidenplantjes uitdrogen.
  • Een aangename temperatuur: de meeste kruiden kun je binnen kweken bij een temperatuur tussen de 18 en 24 graden. Natuurlijk kan het op hele hete dagen weleens wat warmer worden. Vermijd hoe dan ook tocht.
  • Voldoende water: geef je planten voldoende water, maar doseer goed. Voel goed aan de grond of ze water nodig hebben; dat hoeft niet per se iedere dag te zijn. Zorg er ook voor dat het water op kamertemperatuur is. Een veelgemaakte fout van beginnende tuiniers is dat ze hun planten een ‘koude douche’ geven met ijskoud regen- of kraanwater. Daardoor krijgen de planten een koudeshock en kunnen ze sterven.
  • De juiste grond: als vegan gebruik je waarschijnlijk het liefst organische potgrond zonder dierlijke meststoffen. Let hierop, want in standaard potgrond kunnen deze stoffen wel zitten.

Deze kruiden verbouw je gemakkelijk zelf

Bieslook kun je het best kweken in de zon en halfschaduw. Door er regelmatig van te knippen, stimuleer je nieuwe bladgroei. Knip de bladeren die je wilt gebruiken gewoon af met een schaar. Bieslook heeft een ui-achtige smaak en is lekker in een zelfgemaakte groentequiche en op een sandwich met hummus. Bovendien verschijnen er mooie paarse bloemetjes aan, wat zorgt voor wat kleur op je vensterbank.

Basilicum is een klassieker die zeker niet in je keuken mag ontbreken. Het plantje wordt bij ons meestal als eenjarige gekweekt, maar je kunt het ook gebruiken als vaste plant. Knip af en toe wat verse blaadjes af om de plant te stimuleren nieuwe scheuten te maken. Basilicum leent zich uiteraard goed om zelf pesto te maken en is lekker op een broodje vegan caprese en in pasta’s.

Tijm is een plant waarvan meerdere soorten bestaan. Zo heb je eenjarige en meerjarige tijmplanten. Tijm leent zich goed om te drogen, maar je kunt het niet invriezen. Geef ook niet te veel water, want daar heeft de plant een hekel aan. Tijm kweek je het best op een zonnige plek. De bloemen doen het goed in salades.

Peterselie is een favoriet van bijna alle koks. Kweek hem in de halfschaduw en knip regelmatig, zodat er steeds nieuwe scheuten verschijnen. Geef de plant de tijd om te groeien en wacht tot er een hele bos is gegroeid voordat je begint met plukken. Peterselie kun je beter niet drogen of meekoken in de pan, omdat veel van de smaak dan verloren gaat. Lekker in een dressing en door zelfgemaakte kruidenboter!

Rozemarijn heeft niet veel water nodig en knip je af wanneer je het nodig hebt. Je kunt het drogen of invriezen. Rozemarijn heeft een iets pittige smaak en wordt vooral gebruikt om gerechten te verrijken. Gebruik het bijvoorbeeld in chocolade-sinaasappelkoekjes en bij een vegan burger met aardappeltjes.

Koriander heeft een heel uitgesproken smaak. You either love it or you hate it. Koriander groeit het liefst op een zonnig plekje en in een vochtige grond. Gebruik zowel de zaden als de blaadjes als smaakmaker. Je kunt het drogen of invriezen om het langer te bewaren. Lekker door couscous, in een stoofpotje of over je salade!

Munt groeit het beste bij veel zonlicht of in de halfschaduw. Zet deze plant eigenlijk altijd in een pot, want munt in de vollegrond woekert echt. Munt wordt vaak gebruikt in thee, maar je kunt het ook drogen of gebruiken in gerechten. Dankzij de frisse smaak is munt bij uitstek geschikt in zomerse salades en in drankjes met citroen.