Yoga is meer dan het doen van oefeningen op je yogamat. Hierachter schuilt een filosofie die draait om vriendelijkheid en vrede. De basis waarop yoga is gebouwd bestaat uit morele of ethische principes: yama’s en niyama’s. Wij leggen uit wat de vijf yama’s en vijf niyama’s betekenen en hoe je ze kunt doorvoeren in je leven.

Yama’s zijn universele levenswaarden. Deze richtlijnen geven aan hoe je je opstelt tegenover de rest van de wereld.

1. Ahimsa (geweldloosheid)

Ahimsa betekent letterlijk ‘niet moorden’. Volgens deze yama ontdoe je je van alle vormen van fysiek en verbaal gewend en leef je in harmonie met de wereld om je heen, andere mensen en jezelf. Probeer niet te oordelen over jezelf en anderen, maar kijk juist met liefde en compassie. Accepteer je omgeving en jezelf zoals het is. Als je deze yama letterlijk opvolgt, betekent het ook overstappen naar een plantaardig eetpatroon, omdat je geen geweld wil doen aan dieren en de aarde.

2. Satya (waarheid)

Wat jij waarneemt met je zintuigen is niet per se de waarheid. Het is subjectief. Je manier van kijken naar de wereld wordt beïnvloed door je omgeving, je opvoeding, je verleden, emoties en herinneringen. Volgens deze yama onthoud je je van leugens en liggen je gevoelens, uitspraken en daden op één lijn. Je bent eerlijk naar jezelf en anderen. Je doet je niet anders voor dan je bent.

3. Asteya (niet stelen)

Dit gaat verder dan het niet stelen van fysieke spullen van een ander. Volgens deze yama zijn ook het stelen van woorden en gedachten van anderen niet oké. Je erkent dat een ander ergens tijd en energie in heeft gestoken. Je pakt dus geen macht, geld of roem van iemand af.

4. Brahmacharya (zelfbeheersing)

Onthoud jezelf van losbandigheid en beschouw anderen niet als lustobject.

5. Aparigraha (hebzuchtloosheid)

Ben vrij van hebzucht en het altijd verlangen naar ‘meer’. Materiële zaken maken niet gelukkig. Wees tevreden met alles wat je op dit moment hebt.

Niyama’s zijn je persoonlijke waarden of principes. Ze geven aan wat voor jou belangrijk is. Waar de yama’s zich richten op je gedrag naar de buitenwereld, richten niyama’s zich op het innerlijke, op jezelf.

1. Saucha (zuiverheid, puurheid)

Houd je lichaam en geest zuiver en puur door jezelf te voeden met natuurlijke, schone en onbewerkte voeding. Eet omdat je lichaam dat nodig om heeft om jezelf van energie te voorzien. Snaai dus niet doelloos en eet niet te veel of te weinig. Zuiver ook je geest van negatieve gedachten, haat, woede, lust en jaloezie. Beweeg en mediteer regelmatig.

2. Santosha (tevredenheid)

Positief in het leven staan is een keuze, ook al zitten dingen tegen. Jij bent degene die beslist hoe je op een bepaalde situatie reageert. Laat je emoties niet beïnvloeden door de buitenwereld. Besef waar je dankbaar voor bent.

3. Tapas (zelfdiscipline)

Je raakt nooit uitgeleerd. Het vergt kracht, discipline en doorzettingsvermogen om jezelf persoonlijk te (blijven) ontwikkelen. Zie jezelf als leerling van het leven.

4. Svadhyaya (zelfstudie)

In lijn met de eerdere niyama: blijf jezelf ontwikkelen om de beste versie van jezelf te worden. Zelfreflectie is hier een essentieel onderdeel van. Kijk kritisch naar jezelf, weet wat je sterktes en zwaktes zijn en leer van het verleden.

5. Isvara pranidhana (overgave)

Geef jezelf over aan iets wat groter is dan jijzelf: het universum. Het besef dat je in feite maar een klein onderdeel bent van een groter geheel, maakt je nederig.

Yama’s en niyama’s zijn twee onderdelen uit het achtvoudige pad van De Yoga Sutra’s van Paranjali. Ze zijn meer dan 2200 jaar oud en vormen de basis van de filosofie achter yoga. Wat denk jij? Ben je geïnspireerd geraakt om ze toe te passen in je dagelijks leven?